Over honden

Hoe krijgen we een gehoorzame hond ? Voor we beginnen met de oefeningen eerst een beetje theorie. Dit om de hond beter te leren begrijpen en zelf een goede geleider / baas te worden.

1) Wat halen we in huis ?

2) Stadia in een hondenleven.

3) Het gedrag van een hond.

4) Het gedrag van de geleider.

5) Het straffen en belonen van een hond.

6) Overlopen van de oefeningen.


1) Wat halen we in huis ?
Door ons een hond aan te schaffen halen we eigenlijk een wolf in huis.

Uw hond is diep in zijn hondenlijf nog steeds een wolf. Weliswaar met aangepaste eigenschappen, maar heel het oorspronkelijke, sociale gedrag van de wolf is terug te vinden in onze huishond. Om deze reden past een hond ook zo prima in ons gezin. Met zijn gevoel voor samenwerking en de daaruit voortkomende noodzakelijke onderlinge rolverdeling in rangen en standen accepteert hij graag een consequent toegepast leiderschap van de mens.

Met opzet kiezen wij hier voor het woord, consequent, want daarmee staat of valt heel de geloofwaardigheid van de leidersrol. Stelt u zich eens voor: een groep wolven, allemaal zeker van de positie welke zij binnen hun groep, hun "roedel", hebben. Er zijn vele onderlinge verschillen in rang, maar er is slechts één absolute onbetwiste leider. Deze maakt zijn leiderschap ook waar. Overtredingen worden onmiddellijk bestraft en de aandacht van de groep voor hem is onvoorwaardelijk. Dat moet ook wel, want alle leden van de roedel zijn voor de noodzakelijke voedselvoorziening afhankelijk van elkaar. Zonder een degelijke samenwerking bij het vangen van de veelal grote prooi is het onmogelijk om voedsel te bemachtigen. Afdwalen van de roedel betekent uiteindelijk de dood. De roedelleider hoeft dus niet op te letten of de groep hem wel goed "volgt", dat zou ook te veel energie kosten buiten zijn toch al verantwoordelijke taak van roedelleider. De roedel volgt hem als vanzelfsprekend.

Hier leiden we van af dat wij, als geleider, de rol van roedelleider moeten opnemen, en dat we die rol ook ernstig moeten nemen.


Terug naar boven

2) Stadia in een hondenleven.
a)Inprentingfase (4de tot 7de levensweek):

In deze periode, gaan de pups de wereld verkennen. De ouders beginnen zich bezig te houden met de opvoeding van de kroost. De pups komen in contact met andere mensen en vreemde dingen. Anders gezegd, de pup leert dat hij een hond is.

b)Socialisatie periode (8ste tot 12de week):

In deze periode moet men de jonge hond wereldse indrukken laten opdoen, maar je moet er vooral voor zorgen dat traumatische ervaringen vermeden worden. Deze negatieve ervaringen zijn tekenend voor zijn verdere leven. Neem je puppy mee naar een drukke markt, naar een groot plein, wandel ermee naast een drukke autobaan, liefst ook een vijver of kanaal, een spoorweg zelfs. Laat hem zoveel mogelijk indrukken opdoen.

c)Rangordefase (4de tot 5de maand):

Hier heeft de mens meestal de plaats van de soortgenoten ingenomen en moet dus ook de taak op zich nemen om, door spelgedrag, de huishond een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling te laten doorlopen. Hierbij wordt geleerd waar zijn plaats is in de groep, hetgeen de hond ook moet leren aanvaarden.

d)Roedelordefase (5de tot 6de maand):

Nu is het geen spel meer! Bij de wolven leren de jongen nu alle gebruiken aan om samen op jacht te gaan. Hiervoor moet er een bepaalde rangorde zijn in de roedel. In de roedel moet er dus een leider zijn, onze huishond verwacht van ons dat wij die leiding geven. Anders zal de hond zich genoodzaakt voelen deze taak op zich te nemen.

e)Puberteit (tussen de 9de en de 18de maand, afhankelijk van hond tot hond):

Deze periode wordt door de geleiders als opstandig ervaren ( d.w.z. de hond speelt met hun voeten). f)Volwassenheid


Terug naar boven

3) Het gedrag van een hond.

Gedrag is elke handeling die de hond uit en die opgewekt wordt door in- of uitwendige prikkels. Met de signalen (stand van de oren, de staart en de totale houding) die de hond gebruikt, uit hij dus zijn stemming. Ook kan men aan de signalen zien in welke gemoedstoestand de hond verkeert. Zo kan je bijvoorbeeld zien hoe je hond reageert op een correctie.

Soorten gedrag:

a)Instinctief gedrag: aangeboren gedrag

a1) Dominant gedrag:

Het ene dier wil het andere overheersen of doen onderwerpen. De hond maakt zich groot, de haren op de rug recht, de staart hoog gedragen, oren naar voren en grommen met opgetrokken lippen, zijn de typische kenmerken.

a2) Onderwerpingsgedrag:

Dit wordt vertoond door een dier dat zich onderwerpt aan een ranghogere. Door ofwel de ranghogere van beneden te benaderen ofwel door op de rug te gaan liggen en soms daarbij ook nog te plassen.

a3) Ridderlijkheidsgedrag:

Als in een gevecht de zwakste zich overgeeft door op de rug te gaan liggen, dan wordt bij de sterkste automatische een bijtrem ingesteld.

b) Aangeleerd gedrag: berust op ervaringen (een hond kan herkennen maar niet herinneren).

c) Driften: dit zijn gedragingen die het dier moet doen.

c1) Eetdrift: drang naar eten en drinken.

c2) Geslachtsdrift: drang om zich voort te planten.

c3 Vluchtgedrag: drang om zich te bevrijden als hij van zijn vrijheid beroofd is.

c4 Agressiedrift: drang om te overleven.


Terug naar boven

4) Het gedrag van de geleider.

De eigenschappen die een goede geleider zou moeten hebben zijn:

De belangrijkste regel is dat een geleider een CONSEQUENTE houding aanneemt tegenover zijn hond. Bv. als de baas gezegd heeft dat de hond moet gaan zitten, dan moet hij het bevel ook laten uitvoeren (één bevel - niet herhalen - en onmiddellijk helpen).

Honden leren het beste door "GEDULDIG OEFENEN".

ONMIDDELLIJK BELONEN na het uitvoeren van het gewenste gedrag maakt dit gedrag beter bestand tegen vermindering en uitdoving.

Het leren moet PLEZIERIG zijn en blijven. Men kan dan ook beter een korte tijd trainen, even met de hond spelen, en terug een korte tijd trainen. Dit om druk op de hond te vermijden.

Leer iets voor het eerst aan in een rustige omgeving. Pas wanneer het gewenste gedrag wordt uitgevoerd, kan men stilaan de afleiding opbouwen.

Gebruik de naam van de hond alleen om "aandacht te trekken" en kies voor elke oefening, zo mogelijk, een "één-woord" bevel. Elke hond moet leren "zitten", "liggen", "komen", "blijven" en "staan".

Wanneer de hond bevelen aanneemt van één persoon, leer hem pas daarna dezelfde bevelen te gehoorzamen van de andere gezinsleden. Zo leert hij ook zijn ondergerangschikte plaats in de mensenroedel te aanvaarden.

Gebruik straffen zorgvuldig en zo weinig mogelijk want ze kunnen het tegenovergestelde effect hebben. Een berisping met stem en blik (grommen, streng aankijken) is dikwijls al voldoende bij kleine vergrijpen.


Terug naar boven

5) Het straffen en belonen van een hond.

a) Straffen:

Wij straffen uitsluitend voor daden die nooit kunnen toegelaten worden, echter nooit brutaal of onbeheerst maar met een korte "FOEI" of "NEEN" of optillen bij en knijpen in het nekvel of met een slipketting*. Andere straffen begrijpt de hond niet en wanneer we hem toch een "FIKSE RAMMELING" zouden geven, voelt hij dit aan als een onterechte behandeling. Dit mag zeker nooit de bedoeling zijn van een straf. Bedenk dat dominantere honden daartegen ook in opstand kunnen komen. Straf uitsluitend op het ogenblik dat de hond betrapt wordt, dus op "HETERDAAD". De hond kent immers alleen de actuele situatie en legt ook geen verband met voorbije gedragingen.

STRAFFEN ACHTERAF IS DUS TOTAAL ZINLOOS! !

Belangrijk is ook dat de straf moet aangepast zijn aan de fout maar vooral ook aangepast aan de aard van de hond.

Corrigeren met een slipketting is niet zielig, maar door aan de lijn te rukken gaat de slipketting dicht en knijpen we door middel van de slipketting in het nekvel. Als honden elkaar afstraffen bijten ze elkaar ook in het nekvel, dus met een slipketting werken we op een natuurlijke, voor de hond op een begrijpbare manier.

b) Belonen:

Evengoed als een straf - en voor dezelfde redenen - moet elke beloning aangepast zijn en "OP HETERDAAD" gegeven worden. Met de stem maar vooral door een blij enthousiasme is dit voor de hond de beste beloning. Door een streling, een schouderklopje, een snoepje of door te spelen (apporteren voor de honden die dit graag doen.


Terug naar boven

6) Overlopen van de oefeningen.

Elke hond moet leren volgen, zitten, liggen, blijven en komen en dit in deze volgorde.

Voor we beginnen met volgen, gaan we eerst de aandacht van de hond winnen. Deze aandachtstraining is het begin van elke nieuwe trainingssessie. We trainen nooit langer dan een 1/2 u. Dit verspreid over bv.

-10 min. werken
- 5 min. spelen
-10 min. werken
- 5 min. spelen
VOLGEN:
Willekeurig volgen maar wel rechte hoeken maken. Dit zonder afleiding. Als dit perfect gaat, doen we dit met afleiding.

ZITTEN:
We nemen een paar stappen, stoppen plots en geven het bevel "zitten". Dit zonder afleiding. Pas als het perfect gaat, met afleiding.

LIGGEN:
We voeren de oefening zitten uit, als de hond zit, gaan we de hond het bevel "liggen" of "af" geven. Dit zonder afleiding. Als het perfect gaat, doen we de oefening met afleiding.

BLIJVEN:
We doen de hond liggen en we gaan geleidelijk de afstand tussen hond en geleider vergroten. Doch eerst de tijd en pas daarna de afstand. Dit zonder afleiding, daarna met afleiding.

KOMEN:
We laten de hond achter in 'blijf', maar wel met een lange lijn aan. Dan gaan we op een bepaalde afstand staan en corrigeren nadat we het bevel "komen" roepen. Dit zonder afleiding, daarna met afleiding als het perfect gaat. De volgende fase is zonder lijn of afleiding.

Wanneer een hond op een bepaald punt faalt, keert men eenvoudig terug naar de vorige fase.

AFLEIDING:
Dit kan eender wat zijn:
- Andere hond
- Verkeer
- Spelende kinderen
- Enz.

De afleiding mag in het begin niet dichter dan 3m. in de omgeving van de hond komen.

VEEL SUCCES! ! !


Terug naar boven

Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Hondenschool Parel der kempen
Trainingen gehoorzaamheid, Zondag vanaf 10.00 tot 12.10 en Woensdag vanaf 19.00 tot 21.10.
Trainingen Show, Donderdag vanaf 19.00 tot 21.00 .
Iedereen en alle hondenrassen zijn van harte welkom.